Bij aandoeningen van het hoornvliesoppervlak, waarbij het herstel van een wond in de epitheel (=buitenste) -laag vertraagd verloopt of de genezing vindt in het geheel niet plaats, wordt soms gebruik gemaakt van een stukje amnionvlies. Het amnionvlies vormt een deel van de vruchtvliezen van de nageboorte (placenta). De oogarts heeft de beschikking over kleine stukjes van dit amnionvlies om te gebruiken voor “transplantatie”. Het vlies wordt verkregen bij een keizersnede met toestemming van de zwangere moeder; onder steriele omstandigheden worden kleine stukjes in doosjes verpakt en deze kunnen langere tijd in een diepvries (-80 gr Celcius) worden bewaard.

Amnionmembraan vormt een goede onderlaag en bescherming voor herstel van de buitenste epitheellaag van het hoornvlies. Het wordt toegepast bij niet genezende zweertjes, zoals voorkomen na virus ontstekingen ( bijv. Herpes Zoster, Herpes Simplex), na chemische letsels, waarbij de zgn. stamcellen, die voor de genezing van het oppervlak moeten zorgen, zwaar beschadigd zijn en andere omstandigheden, waarbij groter epitheelwonden aanwezig zijn.