Bindvliesoverhechting van het hoornvlies (= conjuctiva overhechting)

Een beschadigd hoornvlies veroorzaakt soms pijnklachten door vorming van vochtblaasjes die kunnen openbarsten. Wanneer bovendien door andere oogafwijkingen geen bruikbaar gezichtsvermogen meer verwacht kan worden, kan worden overwogen om het oogoppervlak te bedekken met een bindvlieslapje. Alvorens dit wordt aangebracht, wordt het epitheellaagje van het hoornvlies verwijderd. De bindvlieslap wordt vervolgens van onder het bovenooglid van de oogbol losgemaakt en verplaatst naar het hoornvlies. Het lapje bevat bloedvaten en hecht zich goed aan het hoornvlies. Het vormt een goede bedekking en bescherming van het zieke oppervlak. Pijnklachten verdwijnen ook snel. Over het stabiele en nu minder gevoelige hoornvlies kan daarna weer worden geprobeerd een schaalprothese te dragen. Er is dan wel geen gezichtsvermogen, maar het oog ziet er veel beter uit dan met ontsierende littekens of andere beschadigingen.